Home › Over SamenTwente › Onze mensen › Verhaal van Wafae Lasfar
'Samenwerking en versterking vakmanschap staan centraal’
Wafae Lasfar – Stafarts en Jeugdarts
“Al tijdens mijn studie Geneeskunde wist ik het zeker: ik wil met kinderen werken. Na mijn studie ben ik daarom met veel plezier gaan werken in een kinderziekenhuis. Hier heb ik veel geleerd, maar ik miste het sociaal-medische aspect. Toen ik een vacature bij SamenTwente zag, sprak mij dit direct aan. Juist omdat het sociaal-medische hier een grotere rol speelt.
Ik solliciteerde 14 jaar geleden met de intentie om bij het consultatiebureau te werken, alleen was dáár destijds geen plek. Wel kon ik aan de slag als jeugdarts voor scholen bij de afdeling Jeugdgezondheid (JGZ) van GGD Twente. Hoewel het vak als jeugdarts mij eerst onbekend was, bleek dit heel goed bij mij te passen.
Eén van de redenen waarom ik voor SamenTwente heb gekozen, is dat GGD Twente/JGZ een opleidingsinstituut is en een academische werkplaats heeft. Dit bood mij kansen. Ik heb mij eerst laten opleiden tot jeugdarts KNMG en vervolgens heb ik mij gespecialiseerd tot arts Maatschappij en Gezondheid. Tijdens deze opleiding werd ik ondersteund vanuit onze organisatie door een opleider. Daarnaast werd ik ondersteund vanuit het opleidingsinstituut in Utrecht.”
“Momenteel begeleid ik kinderen van 4 tot 18 jaar in het basisonderwijs, voortgezet onderwijs en speciaal onderwijs. Wat ik het mooiste vind aan mijn werk is dat ik écht iets kan betekenen voor kinderen, jongeren en gezinnen. Vooral voor die kinderen die normaal tussen wal en schip vallen.
Toen ik in het ziekenhuis werkte moest ik het doen met de informatie van de ouder en een verwijsbrief. Nu krijg ik informatie vanuit verschillende invalshoeken. Ik ken de scholen en peuterspeelzalen en sta in contact met interne begeleiders. Iedere school heeft een interne begeleider die verantwoordelijk is voor de zorg van kinderen. Zodra er iets aan de hand is, laat de interne begeleider dat aan mij en mijn collega’s weten. Daarnaast krijgen we natuurlijk informatie van ouders/verzorgers en het kind zelf. Ook hebben we een dossier met informatie over de ontwikkeling van het kind. Doordat mijn collega’s en ik vanuit veel meer invalshoeken informatie krijgen, kunnen we op basis van onze expertise een goede analyse maken. De problemen kunnen we zo nodig normaliseren en doorverwijzen waar nodig.”
“Door de jaren heen heb ik mij zowel professioneel, als persoonlijk ontwikkeld. Het werk heeft mij als persoon veranderd. Het heeft mij zachter gemaakt en ervoor gezorgd dat ik meer aandacht heb voor anderen.
Ik heb veel gesprekken gevoerd met ouders en kinderen, waarbij ik ook veel verdriet en nare ervaringen heb gehoord. Soms, als ik naar huis ga, besef ik hoe dankbaar ik moet zijn voor mijn eigen leven. Wanneer iemand iets naars doet of zegt, denk ik tegenwoordig: misschien heeft die persoon wel veel meegemaakt, iets wat je aan de buitenkant niet kunt zien.”
“Om als arts mijn specialisatie te behouden, moet ik accreditatiepunten behalen. Dit betekent dat ik niet alleen veel moet werken, maar dat ik daarnaast ook scholingen volg. Hiervoor hou ik een individueel ontwikkelingsplan (IOP) bij, waarin ik in overleg met mijn teamleider aangeef welke scholingen mij interessant lijken. Wat ik waardeer aan SamenTwente is dat deze scholingen vergoed worden. Ik zie dat het een lerende organisatie is, waar veel deskundige collega’s werken. Op de werkvloer hangt een veilige sfeer. Geen vraag is te gek, wat het werk nog leuker en gezelliger maakt.”
“Team JGZ ziet kinderen van 0 tot 18 jaar. In de leeftijd 0 tot 4 jaar worden ze regelmatig gezien en tijdens de schoolgaande jaren op vaste contact momenten: in groep 2, groep 7, klas 2, met 15 jaar en zo nodig vaker. De doktersassistente of verpleegkundige ziet alle kinderen, en wanneer er bijzonderheden of vragen zijn dan zie ik de kinderen als arts. Vanuit sociaal-medisch perspectief krijg ik de kans om naar het bredere vraagstuk te kijken.
De vraagstukken waarbij kinderen betrokken kunnen zijn, zijn heel divers. Denk bijvoorbeeld aan verzuim, maar er kunnen ook ontwikkelingsvraagstukken of medische vragen zijn. Juist dat sociaal-medische aspect miste ik toen ik in het ziekenhuis werkte. Daar lag vooral de focus op het medische aspect, wat ook belangrijk is, maar vaak is het probleem breder. Nu krijg ik meer de kans om naar het bredere vraagstuk te kijken. Dit doe ik vaak samen met mijn professionele collega’s, zoals jeugdverpleegkundigen, verpleegkundig specialisten, doktersassistenten en gezonde-school-adviseurs. Soms wordt er een probleem vermoed, bijvoorbeeld een ontwikkelingsprobleem. Dan kijk ik altijd eerst naar de basis; kan het kind goed zien en goed horen? Soms is de oplossing namelijk heel simpel. Die veelzijdigheid en afwisseling maakt het leuk. Het belangrijkste is dat ik een kind kan helpen samen met mijn team.”
“Mijn werkgeluk haal ik uit de kansen die ik krijg om aan mooie projecten te werken, zoals data-gedreven werken en visie op registreren. Ik ben trots op de stappen die we al hebben gemaakt binnen mijn team, om meer data gestuurd te gaan werken. We zijn er nog niet, maar de eerste contouren zijn zichtbaar. Als JGZ zijn wij publieke gezondheidszorg. Individuele consulten zijn belangrijk, maar we hebben ook een belangrijke collectieve taak. Door data slim te gebruiken, kunnen we problemen eerder signaleren, gerichtere oplossingen bieden en meer impact genereren.
In plaats van alle kinderen met overgewicht, individuele adviezen te geven, kunnen we bijvoorbeeld door middel van data bekijken in welke wijken overgewicht vaker voorkomt. Dan kunnen we samen met gemeenten werken aan structurele oplossingen, zoals betere sportfaciliteiten of andere indelingen van schoolpleinen. De volgende stap in het project waar ik aan ga werken is het in gesprek gaan met verschillende groepen, zoals scholen en gemeenten, om te vragen of ze zich herkennen in de cijfers. Zo wordt onze data nog betrouwbaarder en kunnen we op basis daarvan een plan maken.
Een uitdaging binnen mijn werk is het belang van open communicatie. Dat is de basis van alles. Het klinkt heel logisch, maar in de praktijk merk ik dat het soms moeilijk gaat. Leerkrachten vinden het bijvoorbeeld moeilijk om bepaalde onderwerpen met ouders te bespreken. Mijn collega’s en ik begeleiden hen hierin en geven advies over hoe ze gesprekken kunnen voeren.”
Kijk dan of jouw doet-er-toe baan erbij zit.